De Afdeling bestuursrechtspraak heeft op 9 juli 2019 een belangrijke uitspraak over de vormvrije m.e.r.-beoordeling gedaan, nota bene zonder zitting. In ECLI:NL:RVS:2019:2298 gaat het om het Rotterdamse bestemmingsplan “De Nieuwe Wielewaal”. Dat voorziet in herontwikkeling van de bestaande woonwijk, die uit 545 woningen bestaat. Twee bewoners zijn het niet eens.

Het plan is een stedelijk ontwikkelingsproject als bedoeld in kolom 4, categorie 11.2, onderdeel D, Besluit m.e.r. De drempelwaarden van de kolom worden niet overschreden. Gelet op de in de uitspraak genoemde bepalingen (o.a. uit § 7.6 Wet milieubeheer, Wm) is het bevoegd gezag verplicht een beslissing te nemen omtrent de vraag of bij de voorbereiding van het betrokken besluit voor de activiteit, vanwege de belangrijke nadelige gevolgen die zij voor het milieu kan hebben, een milieueffectrapport moet worden gemaakt (een “m.e.r.-beoordelingsbesluit”). Zo’n m.e.r.-beoordelingsbesluit is ook vereist als de bedoelde drempelwaarden niet worden overschreden.

Een paar dingen vallen op.

Paragraaf 7.6 Wm geldt ook voor bestemmingsplannen en ook voor ambtshalve te nemen besluiten.

Een m.e.r.-beoordelingsbesluit mag niet impliciet uit de vormvrije m.e.r.-beoordeling uit de plantoelichting blijken. Oftewel, de Afdeling eist een expliciet besluit.

De buurtbewoners hadden hier in de zienswijze niets over gezegd. Dat wordt hun niet fataal: in beroep mag je nieuwe gronden aanvoeren ten opzichte van de zienswijze, mits zij gericht zijn tegen een besluitonderdeel dat je al in de zienswijze hebt bestreden. Dat is in dit geval aan de orde. Appellanten hebben zich in hun zienswijzen immers gericht tegen het gehele plan en de in het plan voorziene herontwikkeling van hun woonwijk.

Kan het ontbreken van een m.e.r.-beoordelingsbesluit worden gepasseerd met artikel 6:22 Awb? Nee. Appellanten hebben inhoudelijke beroepsgronden tegen de verrichte vormvrije m.e.r.-beoordeling aangevoerd. Zij hebben o.a. gewezen op de aspecten geluid, gevaar e.d. “Gelet op deze inhoudelijke beroepsgronden is niet aannemelijk dat [appellant sub 1] en anderen door het ontbreken van een m.e.r.-beoordelingsbesluit niet zijn benadeeld.”

De Afdeling heeft ook inhoudelijke kritiek op de vormvrije m.e.r.-beoordeling. In de vormvrije m.e.r.-beoordeling is immers alleen maar gesteld dat uit de beschouwing van de eerder in de plantoelichting genoemde milieuthema’s blijkt dat de voorgenomen ontwikkeling geen bijzondere elementen bevat die bovenproportioneel bijdragen aan de aspecten genoemd in bijlage III bij de m.e.r.-richtlijn en dat daarom het uitvoeren van een m.e.r.-beoordeling niet noodzakelijk is. Als een gemeenteraad stelt dat een activiteit-beneden-de-drempel geen belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kan hebben, moet hij dat deugdelijk motiveren. Daarbij is een enkele verwijzing naar de verrichte sectorale onderzoeken niet voldoende. In de motivering moet hij verwijzen naar de relevante criteria van bijlage III bij de m.e.r.-richtlijn.