De afgelopen tijd is er het nodige te doen over een in ons land rondwarende wolf “GW1554m” die schapen doodbeet. Hij heeft inmiddels zijn toevlucht tot Vlaanderen gezocht.

Naar Nederlands recht is de wolf beschermd onder artikel 3.5 Wet natuurbescherming (Wnb). Die bepaling bevat onder meer verboden op opzettelijk doden, vangen en verstoren. Dat is de implementatie van artikel 12, lid 1, Habitatrichtlijn (Hrl). Van de verboden kunnen GS ontheffing verlenen op grond van artikel 3.8 Wnb, onder de strikte voorwaarden van lid 5. Dat is de vertaling van artikel 16 Hrl.

In artikel 12 Hrl is geregeld dat de lidstaten de nodige maatregelen treffen voor de instelling van een systeem van strikte bescherming van de in bijlage IV, letter a), vermelde diersoorten (waaronder dus de wolf) in hun natuurlijke verspreidingsgebied, waarbij een verbod wordt ingesteld op het opzettelijk vangen of doden van in het wild levende specimens van die soorten, het opzettelijk verstoren van die soorten, vooral tijdens de perioden van voortplanting, afhankelijkheid van de jongen, overwintering en trek, enz.

In een Roemeense zaak rees de vraag of de bescherming van artikel 12 Hrl alleen gold binnen het natuurlijke verspreidingsgebied van de betreffende soort. In een uitspraak van 11 juni 2020, ECLI:EU:C:2020:458, beantwoordt het Hof van Justitie EU die vraag ontkennend. Volgens het Hof kunnen de vangst en het vervoer van een specimen van een krachtens bijlage IV bij deze richtlijn beschermde diersoort, zoals de wolf, aan de rand van een door de mens bewoond gebied of in een dergelijk gebied onder het in artikel 12 Hrl neergelegde verbod vallen. Het Hof legt ook artikel 16, lid 1, Hrl uit: de opzettelijke vangst van specimens van deze diersoort is (in de omstandigheden van het arrest) steeds verboden wanneer de bevoegde nationale instantie geen afwijking op grond van deze bepaling heeft toegestaan. Het artikel vereist uitdrukkelijk dat er geen andere bevredigende oplossing bestaat en dat de toegestane afwijking geen afbreuk doet aan het streven om de populaties van de betrokken soort in hun natuurlijke verspreidingsgebied in een gunstige staat van instandhouding te laten voortbestaan. Het is aan de bevoegde nationale instanties om vast te stellen dat dit het geval is, met name rekening houdend met de beste pertinente wetenschappelijke en technische kennis en in het licht van de omstandigheden van de specifieke aan de orde zijnde situatie. Het staat dus aan de verwijzende Roemeense rechter om te bepalen onder welke omstandigheden de betrokken wolf verdoofd is geweest en naar het Libearty-natuurreservaat in Zărnești is vervoerd, en in hoeverre deze handeling een „opzettelijk vangst” in de zin van artikel 12, lid 1, onder a), van de habitatrichtlijn vormt die plaatsvond op grond van een met inachtneming van de vereisten van artikel 16 van deze richtlijn vastgestelde afwijking. Die rechter moet zich er ook van vergewissen dat rekening wordt gehouden met de impact die een dergelijke handeling heeft op de staat van instandhouding van de wolvenpopulatie.

Goed om te weten voor het geval GW1554m mocht remigreren naar ons land.

Canis lupus. Wolf

Bron: https://upload.wikimedia.org/wikipedia/commons/thumb/0/07/Canis_lupus_laying.jpg/1024px-Canis_lupus_laying.jpg