Rob schrijft een annotatie bij ABRvS 30 oktober 2019, nr. 201902254/1A1 en 201902255/1/A1, ECLI:NL:RVS:2019:3628, in het juridische tijdschrift AB Rechtspraak Bestuursrecht (AB 2020/39). Mag een bestuursorgaan kennisgeven van een omgevingsvergunning enkel via de elektronische weg (bijvoorbeeld op de eigen website of overheid.nl)? Uit de uitspraak blijkt dat dat niet altijd mag. Rob bespreekt de relevante wetgeving en laat zien dat de Raad van State nu strenger lijkt dan in een eerdere uitspraak. Ook gaat hij in op komende wijzigingen in de wetgeving. Hieronder vindt u de samenvatting van de uitspraak en de volledige annotatie.

Samenvatting uitspraak:

De Afdeling stelt voorop dat onder berichten als bedoeld in artikel 2:14, tweede lid, van de Awb ook mededelingen als bedoeld in artikel 3.9, eerste lid, van de Wabo moeten worden begrepen. Deze mededelingen zijn, anders dan de bekendmaking van een besluit op een aanvraag om omgevingsvergunning aan de aanvrager zelf, berichten die niet tot een of meer geadresseerden zijn gericht. De strekking van artikel 2:14, tweede lid, van de Awb is om te waarborgen dat verzending van berichten niet uitsluitend elektronisch plaatsvindt, maar ook in bijvoorbeeld een (papieren) dag-, nieuws- of huis-aan-huisblad. Dat is op grond van deze bepaling slechts anders indien bij wettelijk voorschrift is bepaald dat met een elektronische verzending kan worden volstaan. Naar het oordeel van de Afdeling betekent dit dat een wettelijke bepaling die enkel de mogelijkheid biedt om zekere berichten elektronisch te verzenden op zichzelf onvoldoende is om met een elektronische verzending te kunnen volstaan. Het moet gaan om een wettelijke bepaling waaruit volgt dat deze berichten bij uitsluiting elektronisch worden verzonden. Zoals het college onbetwist heeft gesteld, is vanaf het van kracht worden van de Verordening op de Gemeentepagina in het papieren huis-aan-huis-blad “Arnhemse Koerier” steeds expliciet vermeld dat bekendmakingen kunnen worden ingezien op www.overheid.nl of op afspraak. Ook voor zover Gelredome uitsluitend papieren publicaties bijhield, kon zij er op deze wijze al langere tijd van op de hoogte zijn dat zij voor kennisgevingen van verleende omgevingsvergunningen www.overheid.nl diende te raadplegen. De conclusie is dat de rechtbank […] terecht heeft overwogen dat de overschrijding door Gelredome van de termijn waarbinnen bezwaar kon worden gemaakt tegen de omgevingsvergunningen […], Gelredome kan worden toegerekend en daarom niet verschoonbaar is.

Annotatie Rob:

1. In de afgedrukte uitspraak gaat het om de vraag of een te laat ingediend bezwaar tegen een omgevingsvergunning ontvankelijk is omdat van die vergunning enkel elektronisch mededeling is gedaan.

2. B&W Arnhem verlenen omgevingsvergunningen voor de transformatie van een kantoorgebouw tot 80 appartementen met een ondergeschikte welness-, fitness- en loungeruimte. Gelredome maakt te laat bezwaar. De termijnoverschrijding is volgens haar verschoonbaar omdat B&W Arnhem niet hadden mogen volstaan met een elektronische publicatie van de verleende omgevingsvergunningen. In de Verordening elektronische publicatie gemeente Arnhem is niet expliciet bepaald dat publicatie uitsluitend op elektronische wijze plaatsheeft. De rechtszekerheid vergt daarom dat tevens publicatie op andere wijze had plaatsgevonden, aldus Gelredome. De Afdeling volgt het betoog van Gelredome.

3. De omgevingsvergunningen uit de afgedrukte uitspraak zijn verleend met de reguliere voorbereidingsprocedure van paragraaf 3.2 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). Relevant zijn de artikelen 3.8 en 3.9 Wabo, artikel 2:14 Awb en de genoemde verordening. Van een verleende omgevingsvergunning moet mededeling worden gedaan in een of meer dag-, nieuws- of huis-aan-huisbladen of op een andere geschikte wijze. Het bevoegd gezag mag in zijn algemeenheid volstaan met een elektronische mededeling, maar alleen als dat bij wettelijk voorschrift is bepaald. Volgens de Afdeling is namelijk artikel 2:14, lid 2, Awb ook gewoon van toepassing op mededelingen in de zin van artikel 3.9 Wabo. Eerder leek de Afdeling nog een andere opvatting toegedaan en louter elektronische mededelingen van verleende omgevingsvergunningen zonder grondslag in een wettelijk voorschrift mogelijk te achten. Zie mijn noot onder ABRvS 13 december 2017, AB 2018/133. Het oordeel in de hierboven afgedrukte uitspraak is mijns inziens in lijn met de wetstekst.

4. In de onderhavige zaak is er een wettelijk voorschrift dat elektronische kennisgevingen regelt, namelijk de genoemde verordening. In artikel 2 lid 2 van die verordening is echter niet meer bepaald dan dat het gemeentebestuur, in dit geval het college, ervoor kan kiezen om voor het doen van een kennisgeving gebruik te maken van het elektronische gemeenteblad. Daarmee is volgens de Afdeling “elektronische publicatie dus niet dwingend en bij uitsluiting voorgeschreven” (cursivering van mij, RSW). En dus hadden B&W Arnhem hier niet mogen volstaan met een elektronische kennisgeving.

5. Hiermee slaagt echter het beroep van Gelredome op de verschoonbaarheid van de termijnoverschrijding niet. In het (papieren) huis-aan-huisblad werd namelijk vanaf het van kracht worden van de meerbedoelde verordening op de gemeentepagina steeds expliciet vermeld dat bekendmakingen konden worden ingezien op www.overheid.nl of op afspraak. Hoewel de verordening elektronische publicatie niet dwingend en bij uitsluiting voorschreef, kon Gelredome dus weten dat zij voor kennisgevingen van verleende omgevingsvergunningen www.overheid.nl diende te raadplegen, aldus in mijn woorden de Afdeling. Die redenering lijkt mij in het licht van artikel 6:11 Awb in het geval van een professionele partij als Gelredome te billijken.

6. Voor de reguliere voorbereidingsprocedure van de Wabo zal artikel 3.8, eerste (vol)zin, van die wet volgens artikel 4.11, onderdeel B, van het voorstel van de Wet elektronische publicaties, Kamerstukken II 2018/19, 35218, nr. 2, gewijzigd worden. Die eerste volzin zal, als het voorstel wet wordt, komen te luiden:

“Het bevoegd gezag geeft bij de toepassing van titel 4.1 van de Algemene wet bestuursrecht tevens onverwijld kennis van de aanvraag om een omgevingsvergunning op de in artikel 12 van de Bekendmakingswet bepaalde wijze.”
Daarbij wordt gedoeld op het in het wetsvoorstel genoemde nieuwe artikel 12 van de Bekendmakingswet, dat verwijst naar de verplicht in te voeren digitale publicatiebladen van provincies, gemeenten e.d. (het nieuwe artikel 2 Bekendmakingswet). Een vergelijkbare wijziging zal worden doorgevoerd in artikel 3.15 Wabo voor de uitgebreide voorbereidingsprocedure. Een voordeel ten opzichte van de huidige verscheidenheid aan digitale vindplaatsen van bekendmakingen van met name lagere overheden is naar mijn oordeel dat de uitgifte van die bladen elektronisch zal geschieden op een algemeen toegankelijke wijze door middel van een door de Minister van BZK in stand gehouden digitale infrastructuur (het voorgestelde artikel 2, lid 8, Bekendmakingswet). Deze infrastructuur bestaat al en wordt ontsloten via overheid.nl. Het gebruik ervan door de decentrale overheden is thans nog vrijwillig, maar wordt met het achtste lid verplicht, aldus Kamerstukken II 2018/19, 35218, nr. 3, p. 38 (MvT). Papieren publicaties kunnen volgens de regering worden voortgezet, maar krijgen dan het karakter van een aanvullende service (MvT, p. 24). Overheidsorganisaties kunnen bovendien aanvullende voorzieningen treffen, zoals het ter beschikking stellen van geprinte publicaties op openbare plaatsen als stadhuis, bibliotheken en wijkbureaus, het beschikbaar stellen van computers op deze plaatsen om de publicaties te raadplegen en het op verzoek toezenden van geprinte publicaties (MvT, p. 25).Als dat in de toekomst niet gaat gebeuren, kan de positie van niet digitaal vaardige landgenoten mijns inziens in het gedrang komen.
7. Over het Wetsvoorstel elektronische publicaties heeft de Afdeling advisering van de Raad van State geen inhoudelijke opmerkingen gemaakt (zie Kamerstukken II 2018/19, 35218, nr. 4). In haar advies over het momenteel eveneens aanhangige voorstel van de Wet modernisering elektronisch bestuurlijk verkeer heeft de Afdeling advisering echter gewezen op rapporten van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid, de Nationale ombudsman en Nederlandse Vereniging voor Rechtspraak. Daarin is aandacht gevraagd voor personen die niet digitaal vaardig zijn (zie Kamerstukken II 2018/19, 35261, nr. 4, p. 4–5). Hoewel het voorstel van de Wet elektronische publicaties bijvoorbeeld op het punt van de uniformering van elektronische kennisgevingen van met name lagere overheden een verbetering vormt, zullen bestuursorganen blijvend aandacht moeten hebben voor de burger zonder digitale vaardigheden.